|
Dierenbescherming · Dierenambulance · Dieren politie · Hond · Kat · Kleine huisdieren · Dieren voor vermaak · Landbouwdieren & Bio-Industrie · Over in het wild levende dieren · Proefdieren en dierproeven · Kids for Animals · De Flora- en faunawet · introductie Dierenbescherming
|
.
Over in het wild levende dieren : De Dierenbescherming ziet het liefst dat alle in het wild levende dieren met rust worden gelaten. Ze moeten natuurlijk en zelfstandig kunnen leven, hun woongebied en leefmilieu moet in stand blijven en de natuur moet haar gang kunnen gaan. Uitgaande van de eigen waarde van dieren, moeten dieren in het wild met respect behandeld worden als zelfstandige wezens met gevoelens, bewustzijn en integriteit. Ingrijpen door de mens is alleen gerechtvaardigd als: er direct gevaar is voor de mens, bijvoorbeeld in de voeding of de gezondheid; het in het belang van de dieren zelf is, bijvoorbeeld bij natuurrampen, bosbranden of extreem strenge winters. Het is dan de plicht van de mens de dieren te beschermen en te helpen met voedsel, tijdelijke opvang of veterinaire zorg. De hulp moet gericht zijn op het weer terugplaatsen van de in het wild levende dieren in de natuur. Jacht in Nederland is in het algemeen plezierjacht. Ook al willen de jagers graag doen voorkomen dat zij juist aan beheerjacht doen. De Dierenbescherming wijst alle vormen van plezierjacht af. Jacht is in strijd met de erkenning van de eigen waarde van dieren. Het doodschieten van dieren is uitsluitend gerechtvaardigd als er een dringende noodzaak is en er geen alternatieven zijn.
.
Onze argumenten tegen de jacht: Wild voor consumptie is onnodig. Er is al een overproductie van vlees uit de veehouderij. Het grootste deel van de dieren dat geschoten wordt, is niet bestemd voor consumptie. Ze dienen alleen maar als jachttrofee en dat is pure verspilling van leven. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat het orgaanvlees van wild van de Veluwe zo veel zware metalen bevat, dat het volgens de normen onder 'chemisch afval' valt! Bij plezierjacht zijn dieren heel vaak niet direct dood. Door onervarenheid, jagen bij schemer of door het extra spannend te willen maken, worden dieren niet goed geraakt, slaan op de vlucht en worden niet (op tijd) teruggevonden. De dieren lijden dan nodeloos veel pijn. Er wordt ook gejaagd in de tijd dat de dieren jongen verzorgen. Als een ouderdier dan gedood wordt, heeft dat vaak tot gevolg dat ook de jongen de hongerdood sterven. Niet alleen de bejaagde dieren maar alle dieren in het jachtgebied lijden door angst en stress van een jachtpartij. Zij worden uit hun territorium verdreven en keren vaak niet terug. Ook raken andere dieren vaak gewond door verdwaalde hagel. Plezierjagers zetten dieren uit, alleen om erop te kunnen jagen. Het illegaal uitzetten van fazanten komt nog steeds voor en controle hierop is bijna onmogelijk. Plezierjagers jagen uit eigenbelang op dierlijke concurrenten, zoals de vos. Dit zijn de natuurlijke vijanden van voor de jagers aantrekkelijk wild zoals hazen, konijnen en fazanten. Door het jagen, het uitzetten en het bijvoederen wordt de natuurlijke inrichting van het terrein veranderd. Hierdoor wordt de natuurlijke regulering van de dierpopulaties verstoord. Ieder dier is nuttig als element in het totale ecosysteem, in zo'n systeem is geen overschot. De Dierenbescherming pleit voor een algeheel verbod van de plezierjacht. Zij wordt hierin gesteund door brede lagen van de Nederlandse bevolking. Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de bevolking vindt dat plezierjacht beëindigd moet worden. Toch worden in Nederland jaarlijks nog circa 2 miljoen vogels en zoogdieren bejaagd en gedood door ongeveer 35.000 jagers.
.
Alternatieven voor de jacht : Voor de beheersjacht worden meestal twee argumenten aangedragen. Het eerste argument is wildbeheer. Afschot zou nodig zijn om een populatie in stand te houden. Het andere argument is om schade aan vee en gewassen te voorkomen of om de verkeersveiligheid te garanderen. Beheer-argument ontzenuwd. De jacht is geen goede methode om een populatie in stand te houden. Een populatie houdt zichzelf in evenwicht, ook zonder inmenging van de mens. Er is dan wel sprake van fluctuaties: het ene moment zijn er wat meer dieren dan gemiddeld, een paar jaar later schommelt het aantal weer onder het gemiddelde.
Een gebied biedt slechts aan een min of meer vast aantal dieren voldoende voedsel, water en beschutting. Dit wordt ook wel 'draagkracht' genoemd. Zolang de mens hier niet in ingrijpt, bijvoorbeeld door bij te voeren, reguleert een populatie dus zichzelf. Daarnaast is er nog een verschil tussen wat jagers en dierenbeschermers onder beheer verstaan. Jagers spreken van 'wildbeheer' en de Dierenbescherming spreekt liever over 'natuurbeheer'. Wildbeheer is selectief; het voortbestaan van de ene populatie kan boven de andere gesteld worden en natuurlijke roofdieren worden afgeschoten. Denk bijvoorbeeld aan de vos. Natuurbeheer omvat veel meer en gaat uit van natuurlijke regulatie. Alle dieren tellen mee vanwege hun onderlinge afhankelijkheid en relatie met de flora.
.
Argument schadebestrijding ontzenuwd : Vaak wordt ervan uitgegaan dat door jacht het aantal dieren plaatselijk vermindert en dat er daardoor minder schade zal optreden. Dat is lang niet altijd het geval. Door allerlei op elkaar van invloed zijnde processen blijkt dat het doden van dieren vaak geen effect heeft. Bijvoorbeeld door het zelfregulerende vermogen van dieren. Zo krijgen ze bij verlies van jongen vaak tweede worpen of meer jongen per nest. Ook krijgt men te maken met territoriumgedrag. Lege gebieden worden binnen de kortste tijd weer ingevuld. Verder ontstaat door bejaging een hoger energieverbruik waardoor de dieren meer (gewassen) eten. Normaal gesproken wordt deze schade alleen aangepakt als het economisch verlies groter is dan de kosten van de bestrijding. De kosten voor jagen en doden zijn helaas relatief laag. Vanuit traditionele overwegingen en oude gewoontes wordt vaak direct naar het geweer gegrepen, omdat alternatieven niet effectief worden gevonden. Uit verschillende onderzoeken blijkt echter het tegendeel. Inmiddels zijn er diverse methoden om effectief landbouwschade te bestrijden. Denk bijvoorbeeld aan het toekennen van andere fourageergebieden, het aanleggen van rasters of het afdekken van een gewas, spannen van draden, gebruiken van knalapparaten, het afspelen van angstkreten, het inzetten van neproofvogels of het verspreiden van stoffen met een sterke geur die de dieren afschrikt (bijv. roofdierenmest). Het dieper en zoveel mogelijk gelijktijdig zaaien is eveneens een eenvoudige en effectieve methode om schade te voorkomen.
.
Ook ter voorkoming van ongelukken in het verkeer zijn er alternatieven, zoals het plaatsen van reflectoren, duidelijke waarschuwingsborden voor de automobilisten of het bij de weg vandaan houden door middel van reukstoffen enzovoort. De alternatieve schadebestrijdingsmiddelen worden vaak te duur gevonden of men is nog niet overtuigd van hun effectiviteit. De Dierenbescherming pleit daarom voor meer financiële middelen waardoor meer onderzoek naar preventie en alternatieve schadebestrijding gedaan kan worden. Op het moment dat er meer alternatieven beschikbaar zijn zal de prijs dalen. De overheid zal hierbij een cruciale rol moeten gaan spelen. Zo moeten er voor de boeren meer mogelijkheden komen om zich te verzekeren tegen schade en om kosten door te berekenen in de prijs.
|
Over in het wild levende dieren
|